Van gewoonterecht tot geschreven recht
In de Germaanse periode (tot ca. 500 na Chr.) ontwikkelde het recht zich als gewoonterecht: mondeling overgeleverd en toegepast in volksvergaderingen, de dingplaatsen.
Met de komst van Franken en Saksen ontstond het geschreven recht, zoals de Lex Salica (486–507). Frankische koningen stelden graven aan die recht spraken in een comitatus (graafschap) of pagus (gouw).
Door het verzwakken van het centrale gezag ontwikkelden deze graven zich tot souvereine landsheren, die op hun beurt weer rechterlijke functionarissen aanstelden.
Landrechten en lokale rechtsgebieden
De landsheren vaardigden landrechten uit, die golden voor:
- een graafschap
- een bisdom
- een hertogdom
- of een kleiner gebied, zoals de Veluwe
Vanaf de 13e eeuw werd het geschreven recht steeds belangrijker, mede door de opkomst van rechtsgeleerden die het Romeinse recht bestudeerden.
Bourgondiërs, Habsburgers en centralisatie
De Bourgondiërs en Habsburgers probeerden eenheid te brengen in de rechtspraak.
Zij stichtten o.a. de Grote Raad van Mechelen, vergelijkbaar met onze huidige Hoge Raad.
Na de afzwering van Philips II (1582) namen de gewestelijke staten de rechtsbevoegdheid over.
Dit bleef zo tot de Bataafs‑Franse tijd (1795).
Inheems recht op de Veluwe
Hoewel het Romeinse recht elders vrijwel alles verdrong, bleven op de Veluwe enkele inheemse rechten lang bestaan.
Vooral rond:
- herengoederen
- erfrecht
- rechtshandelingen
Zo vererfden Veluwse herengoederen anders dan volgens het Romeinse recht gebruikelijk was.
Juristen op de Veluwe
In de praktijk schakelden plattelandsbewoners bij rechtszaken vaak juristen in.
Deze waren aanvankelijk alleen in de Veluwse steden te vinden; pas in de 18e eeuw ook sporadisch op het platteland.
Bron: VVG-Publicatie 125