Genetische verwantschap

Genetische verwantschap

Je DNA erf je zowel van je moeder als vader. Die hebben hun DNA op hun beurt weer van hun ouders gekregen. Van de 23 chromosoom-paren die je bezit, krijg je bij elk paar 1 chromosoom van je vader en 1 van je moeder. Hierbij vormen 22 chomosoom-paren het autosomaal DNA (atDNA). Eén paar betreft de geslachts-chromosomen. Bij vrouwen zijn dat 2 X-chromosomen bij mannen en X- en een Y-chromosoom. Verder bezit je in je mitochondriën, de energiefabriekjes in je cellen, ook nog mitochondriaal DNA (mtDNA).

We onderscheiden dus verschillende typen DNA die alle op een bepaalde manier overerven, waardoor testen van dit specifieke DNA-materiaal ook andere informatie zal geven. Zo wordt mitochondriaal DNA (mtDNA) overgedragen van moeder op kind en Y-chromosoom van vader op zoon. Elke persoon bezit dus mtDNA dat vrijwel onveranderd wordt overgeven via moeder op moeder op moeder, etc. Alleen mannen bezitten een Y-chromosoom en dit type DNA wordt rechtstreeks van vader op vader etc. doorgegeven. 

De meest populaire test is de autosomaal DNA-test (atDNA) die dus kijkt naar de 22 paar overgebleven chromosomen. Van elk paar komt er 1 chromosoom van je moeder en 1 van je vader. Heeft een ouder een stukje DNA niet geërfd, dan kan het ook niet worden doorgegeven. Uiteindelijk zal de genealogische verwantschap met een voorouder of familielid door recombinatie van het DNA niet altijd meer terug te vinden zijn in je atDNA. Dit kan al voorkomen na de vijfde generatie. Je stamt dan genealogisch van de voorouder af, maar niet genetisch.

Op de hoogte blijven?

Schrijft u zich dan nu in en ontvang automatisch onze nieuwsbrief.

Top