Je DNA vertelt iets over je familie, je herkomst en je verwantschap met anderen. Je erft het van beide ouders, die het op hun beurt weer van hún ouders kregen. Daardoor draagt je DNA sporen van vele generaties voorouders — maar niet van allemaal evenveel.
Hoe zit DNA in elkaar?
Je bezit 23 chromosoomparen:
- 22 paren autosomaal DNA (atDNA)
- 1 paar geslachtschromosomen
- vrouwen: XX
- mannen: XY
Daarnaast heeft elke cel mitochondriën, die hun eigen DNA bevatten: mtDNA.
Drie soorten DNA en hoe ze overerven
Autosomaal DNA (atDNA)
- Bestaat uit de 22 niet-geslachtschromosomen.
- Je krijgt van elk paar één chromosoom van je moeder en één van je vader.
- Door recombinatie wordt het DNA bij elke generatie opnieuw gemixt.
- Daardoor kan een voorouder na ongeveer vijf generaties genetisch “verdwijnen”:
je stamt er genealogisch wél van af, maar draagt geen meetbaar DNA meer van die persoon.

Mitochondriaal DNA (mtDNA)
- Bevindt zich in de mitochondriën.
- Wordt uitsluitend via de moederlijn doorgegeven.
- Blijft over vele generaties vrijwel onveranderd.
- Geschikt om diepe moederlijke lijnen te onderzoeken.
Y‑chromosomaal DNA (Y‑DNA)
- Alleen mannen hebben een Y‑chromosoom.
- Wordt rechtstreeks van vader op zoon doorgegeven.
- Zeer geschikt voor onderzoek naar patrilijnen en familienamen.
Meer weten?
Het Gen. Magazine van het CBG (september 2018) bevat een uitgebreid Dossier DNA met toegankelijke achtergrondinformatie.
Klik via de foto rechts direct door naar dit dossier.
.