Omstreeks het iaar 1580 verlaat Tonis Meeusz zijn geboortedorp Stramproy en vertrekt hij naar Utrecht. Daar gaat hij werken als linnenwever, vindt er zijn vrouw, trouwt en krijgt kinderen die zich als zij volwassen zijn Stramproy" noemen. Deze Tonis is de stamvader van de familie Stramrood oudst bekende voorvader. Tonis is één van de honderden inwoners Stramproy die in de loop der eeuwen als gevolg van armoede en oorlogsgeweld hun geboortegrond verlieten en elders probeerden een nieuw leven op te bouwen.
Dat geldt ook voor de omstreeks 1330 in Stramproy geboren Gadert, kleinzoon van Godescalcus, de oudst bekende inwoner van Stramproy. Als hij volwassen is trekt Gadert weg uit Stramproy en vestigt hij zich Arnhem. Daar noemt hij zich Gadert van Stramprade, een verwijzing naar zijn geboorteplaats. Vanaf 1365 werkt Gadert in Arnhem als muntmeester van hertog Willem I van Gelre waarna hij in het jaar 1390 door de hertog wordt benoemd tot landrentmeester. Daarmee werd Gadert één van machtigste personen in dit middeleeuwse hertogdom. Aan hem herinneren nog de Stramproidsche gouden gulden, eeuwenlang een veel gebruikt betaalmiddel, en het verdwenen kasteel Harselo bij Bennekom.