Publicaties digitaal

Momberschapsverborgingen en Boedelinventarissen Veluwe 1687-1750

Voorwoord

Indien een van de ouders of allebei de ouders van minderjarigen overle(e)d(en), dienden er maatregelen te worden getroffen om de minderjarigen te beschermen inzake hun rechten. Allereerst werden ingeval van overlijden voogden, of -zoals dat op de Veluwe werd genoemd- mombers aangesteld. In principe werden er twee mombers aangesteld. Het betrof naaste verwanten. Een van moederszijde en een van vaderszijde. Het recht bepaalde dat het zeer nauwe verwanten waren. Dezen dienden in principe de momberschap te aanvaarden tenzij zij goede redenen voor verontschuldiging konden aanvoeren. In zo'n geval werd een andere naaste verwant gezocht of werd er een vreemde momber gezocht. Een verwant familielid werd bloedmomber genoemd en een niet verwante werd vreemde momber genoemd. De mombers die aangesteld werden, gingen er toe over hun momberschap, die onder eed werd aanvaard, te verburgen (verborgen). Er werd een borg of zelfs wel twee borgen gevonden die hun goed er aan verbonden dat de mombers hun taak goed zouden uitoefenen.

De mombers hadden als taak het toezicht op het vermogen of recht op vermogen van de minderjarige in de boedel van de ouders te waarborgen. In de praktijk bleef de overgebleven ouder de bezittersrechten namens de minderjarigen uitoefenen. Serieus werd het pas indien deze ouder wilde hertrouwen. Er diende dan een boedelinventaris te worden opgesteld in aanwezigheid van de mombers. Zolang de ouder niet hertrouwde was dit immers niet nodig aangezien de minderjarigen bij overlijden van hun overgebleven ouder volgens de rechtsregels de gehele boedel erfden. De taak van de mombers werd belangrijker indien beide ouders waren overleden c.q. de langst levende ouder overleed. In zo'n geval diende er ook een boedelinventaris te worden opgesteld.

Recapitulerend: het opstellen van een boedelinventaris geschiedde dus door de overgebleven ouder dan wel door de mombers. Deze werd vervolgens overlegd aan de scholtis, die samen met een tweetal geërfden in zekere zin garant stond voor de juiste rechtsgang. Vervolgens werd een afschrift van de inventaris overlegd aan de beheerder van de rechterlijke archieven. Voor het richtersambt Veluwe en Veluwezoom werd deze bewaard in Arnhem en als zodanig werden de inventarissen een onderdeel van het gelijknamig rechterlijk archief. De mombers bewaarden eveneens een afschrift. Indien zij de volledige voogdij uitoefenden waren zij nadien met toestemming van het gerecht bevoegd (on)roerend goed uit de boedel te verkopen, te verpachten of te bezwaren.

Aan het eind van de momberschap, dus bij de meerderjarigheid, werd er door de mombers verantwoording afgelegd en werden zij van hun plicht ontslagen. Soms werd hier een akte van opgemaakt. 

De transcriptie
De originele momberschapsverburgingen alsmede de boedelinventarissen zijn te vinden in het al aangehaalde rechterlijk archief van Veluwe en Veluwezoom. Het betreft de inventarisnummers 492 - 503 en 507 - 508. 
 

Auteur
E. de Jonge
Jaar
2006
Pagina's
44
Plaats
Veluwe
Nummer
278

 

Als lid kun je dit document inzien,
maar dan moet je wel eerst inloggen.

Bestel deze uitgave


Prijs voor niet leden: € 2,20

Op de hoogte blijven?

Schrijft u zich dan nu in en ontvang automatisch onze nieuwsbrief.

Top